Aan de Seine (die ontspringt in het hart van Bourgondië) en aan haar
zijrivieren, liggen heel wat steden en gemeenten met een rijke
geschiedenis.
De naam AVALLON verwijst naar een
Gallische oorsprong: het oude Aballo. De stad is gelegen op een
rotsachtige uitloper boven de vallei van Cousin. De mooiste route om naar deze stad te komen voert langs
deze vallei. Langs haarspeldbochten omhoog bereikt U de top. Burgerlijke en religieuze gebouwen staan hier
zij aan zij en brengen U onmiddellijk terug naar de Middeleeuwen.
Zeer bijzonder zijn de zoutkelders uit de 15e eeuw, de Romaanse
collegiale kerk Saint-Lazare, het justitiepaleis, een restant van het
hertogelijk paleis en de uurwerktoren. Het "Musée de l'Avallonnais",
met zijn rijke archeologische verzamelingen en het Kostuummuseum,
nodigen U uit om Uw verblijf in deze kleine etappestad te verlengen.
De rivier la Yonne voert U naar AUXERRE. U ontdekt boven die rivier één van
de mooiste stedelijke panorama's van heel Frankrijk: een warboel
van oude huizen met hoge daken en bedekt met de voor het noorden van
Bourgondië zo typisch platte, roodbruine dakpannen.
Daarboven steken de gotische klokkentorens van de Saint-Pierrekerk en
van de kathedraal Saint-Etienne uit, alsook de Romaanse klokkentoren van
de voormalige Germanusabdij en de Uurwerktoren. Die staat er een beetje
vereenzaamd bij in het centrum van de bovenstad. Al deze monumenten
weerspiegelen fraai in het vredige water van de Yonne en bij het vallen
van de avond wordt het nog mooier omdat de belangrijkste bouwwerken
verlicht worden.
De voormalige Germanusabdij herbergt nu een prachtig museum. En in
de kathedraal wedijveren de beeldhouwwerken van het portaal in schoonheid met de
glasramen. Deze glasramen behoren tot de mooiste van
Frankrijk: ze zijn te vergelijken met die van Bourges en Chartres.
Naast deze trekpleisters vind U in de stad nog veel andere kerken, is
er het museum Leblanc-Duvernois, en is er een hele rits heren- en
patriciërshuizen. Langs de kade zorgt het riviertoerisme nu voor de
animatie waarvoor eertijds de binnenschippers instonden.
TONNERRE, de kleine historische stad gelegen aan de
Armançon, bereik U via Chablis. Aan de voet van de helling waar zich
een Keltische vesting bevindt is er nog steeds de "Fosse Dionne", een oude
bron die omgevormd werd tot een wasplaats in de 18e eeuw. Speleologen
begrijpen nog steeds niet hoe de bron ineens uit het niets opduikt
en haar heilige benaming roept nog altijd vragen op. Andere grote
bezienswaardigheid in Tonnerre is het ziekenhuis, dat in 1293 werd
opgericht door Margaretha van Bourgondië, de echtgenote van Karel van
Anjou, de broer van de Heilige Lodewijk. Dit Hôtel-Dieu pronkt met een
immense ziekenzaal die enkele opmerkelijke kunstwerken bezit, waaronder
een "Graflegging" uit 1454 en het praalgraf van Louvois. Een
hospitaalmuseum schetst de geschiedenis van de zorgverlening aan de
zieken.
In JOIGNY, een stad die de sporen van de Renaissance
draagt, staan nog veel rijk versierde vakwerkhuizen, verspreid in een heuse doolhof van straatjes. Twee kerken vallen er op: Saint-Jean, sober van uitzicht
met opmerkelijke beeldhouwwerken, en Saint-Thibaut, die verschillende
14e en 15e eeuwse beelden bezit.
De Yonne, de levensader waarover goederen naar Parijs werden
getransporteerd, lag omstreeks 1163 aan de basis van het ontstaan van
VILLENEUVE-sur-YONNE. De stad is een
vooruitgeschoven koninklijke post in een grenszone waar de macht gedeeld
werd tussen Bourgondië en Champagne. De Notre-Dame kerk en de
versterkte vestingen getuigen er van de vroegere welstand.
VILLENEUVE-L'ARCHEVEQUE, een andere
Bourgondische "bastide", ontwikkelde zich in dezelfde periode op
initiatief van de aartsbisschop van Sens. Zijn kerk, opgedragen aan de Heilige
Maagd, is een prachtig voorbeeld van 13e eeuwse gotische kunst.
SENS dat, als U vanuit Parijs komt, de
poort tot Bourgondië vormt, dankt zijn belangrijke historische positie aan zijn
kerkelijke waardigheid. De
kathedraal Saint-Etienne, de eerste gotische kathedraal die werd
gebouwd terzelfder tijd met de basiliek van Saint-Denis, is een stoer gebouw. Ondanks de vernielingen tijdens de
Revolutie, vormt de buitenkant nog steeds een indrukwekkend gebeeldhouwd
decor. Binnenin treft U vooral het contrast tussen de zuiverheid
van de lijnen van de jonge gotische kunst en de weelderige rijkdom van
het mooie meubilair dat door de eeuwen heen in de kerk belandde. Maar
het zijn vooral de glasramen die de fraaiste decoratie vormen van dit
bouwwerk. Het stadsmuseum, dat ondergebracht werd in het
voormalige synodaal paleis (13e eeuw) en dat van de aartsbisschoppen
(16e - 18e eeuw), herbergt eveneens de kerkschat, één van de
belangrijkste van Frankrijk. Deze schat getuigt van de koninklijke
voorrechten die de kathedraal genoot - hier immers huwde de heilige
Lodewijk - en van de uitstraling die ze had bij voorname personen,
zoals de heilige Thomas Beckett, die in Sens verbleef. Bij een
wandeling door de stad komt U langs allerlei steegjes in de buurt van de
overdekte markt, de gordel van lanen (die de veelbetekende naam "les
Promenades" draagt) en het eiland van de Yonne .
Clamecy en de houtvlotters
De Seine en haar belangrijkste bijrivier de Yonne waren vanaf
het midden van de 16e eeuw de ideale wegen voor het transport van
het hout bestemd voor de verwarming van Parijs.
Zo werd de Morvan
de voornaamste toeleveraar van brandhout voor de hoofdstad en dit
gedurende ruim drie eeuwen. Deze handel zorgde voor grote welstand in
de stad CLAMECY. De stad was de
draaischijf voor het transport. De boomstammen kwamen langs de
kleinste waterwegen vanuit de Morvan in kleine vlotten naar de stad toe en werden dan
in heuse "treinen", gevormd door de ontelbare boomstammen, verder
getransporteerd langs de Yonne en de Seine.
Le Flottage leeft verder in het museum van Clamecy,
waar documenten en maquettes de rijke geschiedenis van de houtvlotters
vertellen. Het museum vindt u in het centrum van dit stadje dat tevens
de bakermat was van de legendarische schrijver en dramaturg Romain
Rolland.